Bezinning van deze maand

40-dagentijd

Vanaf het moment dat God de wereld en de mensen schiep heeft de mens zich telkens opnieuw vastgeklampt aan Gods belofte: ‘dat Hij bij jou blijft, dat Hij je gewild heeft, dat Hij je nooit zal laten vallen.’ Maar ook telkens opnieuw raakt de mens zijn grip op die belofte kwijt.

Hoe God de wereld schiep konden we horen we in de eerste lezing van de eerste zondag van de 40-dagentijd (1 maart 2020). Voor wie het nog eens wil lezen: Genesis, hoofdstuk 2 de verzen 7 tot en met 9 en hoofdstuk 3 de verzen 1 tot en met 7.

Overweging

In deze bijbeltekst lezen we hoe God de mens, als mensenpaar, geschapen heeft en hen met zijn eigen adem ten leven heeft gewekt. Bovendien creëerde Hij voor dit mensenpaar een prachtige wereld om in te leven. Werkelijk een paradijs vol beloften! En het goede maakte daar integraal deel van uit. Het bevond zich zelfs in het hart van dat paradijs, in de kern. Maar naast het goede dat God in de wereld bracht heeft Hij ook erkend dat het kwaad in de wereld bestaat. Onze schepper is dat niet uit de weg gegaan. Wel waarschuwde God de mens nadrukkelijk voor dat kwade: ‘ga daar niet mee in zee!’

Maar de werkelijkheid blijkt weerbarstig. Hoe makkelijk laten we ons niet verleiden als ons iets wordt voorgespiegeld dat nóg mooier lijkt dan we al hebben! Doorzien we de valse beloftes wel? We laten ons maar al te graag overtuigen dat we de grens tussen wat wel kan en wat niet kan niet zo héél nauw hoeven te nemen. Dat een beetje flexibiliteit geen kwaad kan. En laten we eerlijk zijn, wat is nu één zo’n appeltje aan een boom vol? Dat kan toch geen kwaad? Soms lijkt het zelfs wel alsof juist het kwaad éxtra aanlokkelijk is. Niet voor niets is er een uitdrukking die zegt: ‘verboden vruchten zijn het lekkerst!’ En de verleiding lijkt haast onweerstaanbaar als we bovendien denken met die keuze voor het kwade ons voordeel te kunnen doen, er beter van te worden of meer macht te krijgen.

Dus ja, in tegenstelling tot de nieuwe Adam, waar we op diezelfde eerste zondag van de 40-dagentijd in de evangelielezing over hoorden, zwichtte het mensenpaar daar in het paradijs wél voor de verleiding van het kwaad. Ondanks Gods nadrukkelijke waarschuwing. Zij lieten zich verleiden om zijn raad in de wind te slaan. En met het overschrijden van díe grens tussen goed en kwaad gooide de mens het ongerepte, het pure, het smetteloze overboord. Ineens bleek dat het leven niet meer alleen maar mooi is, maar dat het ook minder mooie kanten kent. De mens bleek ineens een sterfelijk wezen te zijn en de weg naar dat sterven toe, onze levensweg, blijkt niet alleen over rozen te gaan. En áls die al over rozen gaat, zitten er soms gemene doornen aan de takken. Dus hoe paradijselijk is het allemaal nog? Waar zijn de beloftes van alleen maar moois, van een mooie toekomst, van een eeuwig leven? Als we kiezen voor het kwade raken we de grip op Gods belofte kwijt.

Maar God gaf de mens weer nieuw perspectief. Hij heeft zijn Zoon, de nieuwe Adam, naar ons gezonden. En die nieuwe Adam, heeft in zijn leven wél steeds opnieuw gekozen voor het goede. Hij heeft ons de liefde van God voorgeleefd en zo de belofte hersteld.

 

Gebed

God van de belofte,
trek met ons mee,
verlicht onze wegen,
opdat wij niet vast komen zitten in de woestijn van leegte en dorheid,
opdat we niet verdwalen in deze vaak verwarrende wereld,
behoed ons voor moedeloosheid,
opdat we niet verlamd raken door ons gevoel van machteloosheid,
versterk onze zwakke wil,
opdat we niet ingaan op alle verleidingen die op ons af komen.
Dat vragen wij U in naam van Jezus,
die in moeilijke dagen trouw bleef aan zijn zending.
Amen.

 

Michel Versteegh ofs